|
|
| De
zekerheden van het Waarborgfonds |
|
Bij
de oprichting is door de Ministeries van OCenW en LNV
een bedrag gestort van ruim € 26 miljoen. Zoals uit
bijgaande jaarrekening
valt op te maken bedraagt het waarborgdepot inclusief
herwaarderingsreserve beleggingen inmiddels ruim €46
miljoen. Daarnaast geldt dat door alle hogescholen bankgaranties
zijn afgegeven ter grootte van 1% van de in 1993 geldende
rijksbijdrage en 2% van het restant van de hoofdsom van
de nadien, in het kader van het zogenaamde B-traject,
geborgde leningen. Het totaal aan ontvangen bankgaranties
bedraagt circa € 14 mln. Door middel van een zogenaamde
positieve/negatieve hypotheekverklaring strekt het onroerend
goed tot zekerheid voor de geborgde leningen. Vervreemding
van onroerend goed is, in geval het om een hogeschool
gaat met een door het Waarborgfonds geborgde lening, aan
voorwaarden verbonden. Hiervoor verwijzen wij naar het
onderdeel onroerend
goed als zekerheid. Ook maken wij van de gelegenheid
gebruik u te wijzen op de in de jaarrekening op te nemen
positieve/negatieve
hypotheekverklaring. Het Waarborgfonds is van mening
dat deze tekst, in het geval er sprake is van borgstelling,
verplicht moet worden opgenomen in de jaarrekening bijvoorbeeld
onder de 'Niet uit de balans blijkende verplichtingen'.
Tevens hebben alle hogescholen de zogenaamde overeenkomst
van aansluiting getekend, waarin is bepaald dat indien
het waarborgdepot onder het startkapitaal van € 26
miljoen mocht dalen de scholen verplicht zijn dit aan
te vullen naar evenredigheid van de door de Staat der
Nederlanden in het desbetreffende jaar verstrekte rijksbijdrage. |
|
|
|
|